Columns Leren Floreren - Evelyne Meens
INZICHTEN
7 columns, geschreven naar aanleiding van een peerreview op 13 november 2025 van lectoraat Leren Floreren en zijn geplaatst op LinkedIn Lectoraat Leren Floreren | Fontys. Voor deze peerreview schreef Evelyne Meens een uitgebreide zelfreflectie.
De inzichten die ze hier opdeed deelt ze hieronder: korte stukjes over waar we als lectoraat van leren, waar we zoeken en hoe we zelf proberen te floreren.
Niet elk goed idee is een project: de kunst van kiezen
In een lectoraat komen de ideeën vaak sneller binnen dan je ze kunt bijhouden. Studenten die ons wijzen op een gemis, docenten die kansen zien in hun opleiding, partners uit het werkveld die vragen of we kunnen aanhaken. Alles raakt wel op een of andere manier aan ons thema: floreren. En eerlijk is eerlijk: bijna elk idee voelt belangrijk.
De verleiding is groot om overal “ja” op te zeggen. Zeker in de beginjaren van een lectoraat, waarin je nog zoekt naar zichtbaarheid, verbinding en momentum. Wij deden dat ook: we pakten breed op, lieten ons meenemen door energie en enthousiasme. Het leverde veel op: een stevig netwerk, herkenbaarheid, en een profiel dat ertoe doet.
Maar ergens merkten we dat groei ook vraagt om grenzen. Niet elk goed idee hoeft uit te groeien tot een onderzoeksproject. Een keer een keynote geven kan genoeg zijn. Soms volstaat het om mee te denken, door te verwijzen, of om iets te parkeren voor later.
Daarom werken we nu met criteria en een intern kompas. Past een idee bij onze onderzoekslijnen? Sluit het aan bij de doelgroep die we willen bereiken? Draagt het bij aan de kern van onze missie? Zo ja, dan zetten we er kracht achter. Zo nee, dan laten we het gaan.
Het klinkt streng, maar in de praktijk geeft het lucht. Want door vaker “nee” te zeggen, ontstaat er ruimte voor een steviger “ja”. En dát is nodig om te bouwen aan een onderzoeksportfolio dat niet verwatert, maar sterker wordt – project voor project.
Met andere woorden: we laten de ideeën blijven stromen om zo, ook in de toekomst, de echte parels waarmee we onze jongeren kunnen helpen eruit te pikken.
Impact is meer dan meten: als verhalen meer zeggen dan cijfers
Hoe weten we eigenlijk of ons onderzoek verschil maakt? In het onderwijs en onderzoek zijn we gewend om impact te vangen in cijfers: aantallen studenten, ingevulde vragenlijsten, publicaties, downloads. Handig, meetbaar, overzichtelijk. Maar zeggen die cijfers ook echt iets over wat er verandert?
Binnen ons lectoraat merken we steeds vaker van niet. Natuurlijk, het is belangrijk om te weten hoeveel studenten de Startthermometer invullen of hoeveel opleidingen My Student Journey gebruiken. Maar de meest waardevolle inzichten krijgen we vaak uit verhalen: een student die vertelt dat hij door de tool voor het eerst over bepaalde dingen ging nadenken. Een docent die aangeeft onze inzichten en interventies echt in diens praktijk in te zetten.
Daarom willen we gaan experimenteren met een bredere impactbenadering. We meten de zichtbare resultaten, maar kijken ook naar impact als proces: hoe betekenis ontstaat in interactie en hoe verandering zich over tijd ontwikkelt. Soms in kleine stapjes, soms bijna ongemerkt, maar niet minder belangrijk.
Dat vraagt om andere vormen van onderzoek: naast vragenlijsten ook check-ins, interviews, verhalen, soms zelfs creatieve uitingen. Het maakt impact misschien lastiger om “af te vinken”, maar wel rijker en eerlijker.
Voor ons geldt: impact is niet alleen een eindpunt, maar een wordingsproces. Net als floreren. En juist dát proces maakt zichtbaar hoe onderwijs en welzijn elkaar kunnen versterken.
MeetUps als motor: dát is waar verbinding begint
Soms lijkt het alsof samenwerking alleen ontstaat in formele vergaderingen, met agenda’s, notulen en besluiten. Maar onze ervaring is anders. Vaak komen de beste ideeën en verbindingen juist tot stand in een informele setting, waar ruimte is om te verkennen zonder direct iets vast te leggen.
Daarom organiseren we maandelijks MeetUps. Een laagdrempelige manier voor studenten, docenten, onderzoekers en werkveldpartners om met ons in gesprek te gaan. Het mooie is dat er telkens iets onverwachts gebeurt. Soms ontstaat er een idee voor een nieuw onderzoeksproject. Soms blijkt dat twee mensen binnen Fontys met hetzelfde vraagstuk bezig zijn en ineens samen willen optrekken. En soms is het simpelweg inspiratie: iemand gaat naar huis met een nieuw perspectief of een bruikbaar contact.
Tegelijkertijd stellen we onszelf ook een kritische vraag: hoe zorgen we dat de energie en ideeën die tijdens MeetUps vrijkomen, niet verdampen zodra iedereen weer naar huis gaat? Hoe vertalen we inspiratie naar concrete keuzes en projecten, zonder de openheid en spontaniteit van deze ontmoetingen te verliezen?
Voor ons zijn MeetUps geen doel op zich, maar een motor die energie geeft aan ons netwerk. Het is aan ons om te bewaken dat die motor ook blijft draaien en beweging oplevert. Niet alleen in woorden, maar ook in daden.
De kunst van het balanceren: tussen vrijheid en verantwoording
Onderzoek in een lectoraat is zelden zwart-wit. Soms verkennen we wat er leeft, soms verdiepen we bestaande inzichten, en soms testen we wat werkt. Dat geeft vrijheid en maakt het werk levendig, maar het brengt ook een voortdurende uitdaging met zich mee: de balans tussen ontwerpvrijheid en methodische stevigheid.
In ons lectoraat werken we vaak ontwerpgericht. We ontwikkelen tools zoals de Welzijnswijzer en My Student Journey stap voor stap, samen met studenten en docenten. Gaandeweg passen we aan, voegen we toe of laten we los. Dat iteratieve proces levert producten op die aansluiten bij de praktijk. Maar het roept ook vragen op: hoe leg je keuzes vast, hoe maak je de logica navolgbaar, en hoe zorg je dat anderen het ook kunnen gebruiken of onderzoeken?
Soms hebben we het gevoel dat we in een dans zitten: de ene stap richting de praktijk, de andere stap terug naar de theorie. Te veel nadruk op vrijheid, en het risico is dat je blijft hangen in pilots. Te veel nadruk op methodiek, en je verliest de aansluiting met de praktijk.
Onze kritische vraag aan onszelf is dan ook: hoe zorgen we dat we trouw blijven aan beide kanten – dat ons onderzoek én bruikbaar is voor studenten en docenten, én overeind blijft onder de loep van wetenschap en peer review?
Het is balanceren, maar misschien is dat juist de kern van praktijkgericht onderzoek: het zoeken naar evenwicht terwijl je in beweging blijft.
Floreren: extraatje of kern van onderwijs?
Binnen ons lectoraat merken we vaak hoe vanzelfsprekend ons antwoord op die vraag eigenlijk is. We onderzoeken wat jongeren nodig hebben om goed, gezond en gelukkig te functioneren – en zien steeds opnieuw dat leren en floreren niet los van elkaar staan. Wie zich goed voelt, leert makkelijker, en wie grip ervaart op zijn leerproces, floreert vaak ook meer.
Toch stuiten we geregeld op de reflex dat floreren gezien wordt als iets “naast het curriculum”. Een mooi extraatje, zolang er tijd, geld en draagvlak is. Dat beeld herkennen we, en soms dragen we er onbedoeld zelf aan bij: veel van onze tools beginnen als losse projecten of pilots, vaak naast de bestaande structuur.
Daar ligt onze eigen uitdaging. Hoe zorgen we dat wat we ontwikkelen niet blijft hangen in het predicaat ‘extra’, maar echt onderdeel wordt van de kern van onderwijs? Hoe veranker je floreren in toetsing, begeleiding, curriculum en cultuur, zodat het niet afhankelijk blijft van losse initiatieven of individuele enthousiastelingen?
We zijn onderweg. Met instrumenten zoals My Student Journey en de Welzijnswijzer zetten we stappen richting structurele inbedding. Maar we zijn er nog niet. Onze kritische vraag aan onszelf is: durven we de vertaalslag scherp genoeg te maken, zodat floreren niet óf leren is, maar een voorwaarde voor leren?
Want uiteindelijk is dat de belofte: onderwijs dat niet alleen opleidt tot competente professionals, maar ook jongeren leert en ondersteunt om veerkrachtig en gelukkig hun weg te vinden.
Van tool naar cultuur: floreren als gedeelde overtuiging
In ons lectoraat ontwikkelen we geregeld instrumenten en tools: de Startthermometer, My Student Journey, de Welzijnswijzer. Handige middelen die studenten en docenten ondersteunen om stil te staan bij welzijn, motivatie en floreren. Ze helpen om gesprekken te voeren, bewustzijn te vergroten en keuzes te maken.
Maar één ding leren we telkens opnieuw: een tool alleen verandert niets. Het succes hangt af van de cultuur waarin hij wordt gebruikt. Een student kan een vragenlijst invullen, maar als er geen ruimte is om het gesprek erover te voeren, blijft het bij een vinkje. Een docent kan een werkvorm aangereikt krijgen, maar als de opleiding floreren niet serieus neemt, voelt het als extra belasting.
Daar zit onze eigen uitdaging. We kunnen blijven ontwikkelen, maar hoe zorgen we dat wat we maken niet in de la belandt? Hoe dragen onze projecten bij aan een bredere cultuur waarin floreren vanzelfsprekend onderdeel is van onderwijs, in plaats van een los hulpmiddel?
Onze kritische vraag aan onszelf is dus: hoe maken we de sprong van tool naar cultuur – van losse interventies naar een gedeelde overtuiging dat floreren bij de kern van leren hoort?
Subsidiewijsheid over focus, falen en volhouden
Subsidies zijn de brandstof van ons onderzoek. Ze maken projecten mogelijk, geven ruimte voor innovatie en verbinden ons aan partners. Maar wie ooit een aanvraag schreef, weet: het is ook een spel vol regels, deadlines en strategie.
In het begin lieten we ons leiden door kansen die voorbijkwamen. Enthousiast doken we overal in, met veel energie en soms te weinig focus. Inmiddels zijn we een stukje wijzer. We weten beter waar we van willen zijn, en durven vaker nee te zeggen tegen aanvragen die niet bij onze missie passen.
Die wijsheid komt niet uit een boek, maar uit vallen en opstaan. Uit projecten die te groot werden, uit trajecten die niet haalden wat we hoopten, en uit aanvragen die sneuvelden ondanks al het werk. Het leerde ons scherper kiezen, strategischer samenwerken, en onze energie te richten.
Onze kritische vraag blijft: hoe zorgen we dat we niet alleen méér subsidies binnenhalen, maar vooral de júiste? Zodat ons lectoraat geen losse verzameling projecten wordt, maar een samenhangend onderzoeksveld met impact.