Afstuderen onder één dak: hoe studenten bij PW Bruyst praktijk, onderzoek en samenwerking verbinden
In een collegezaal kun je veel kennis opdoen, in de praktijk misschien nog wel meer. Daarom vindt een deel van het onderwijs dat de opleiding Fysiotherapie verzorgt plaats in zogenaamde ‘Professionele Werkplaatsen’ zoals de paramedische gezondheidscentra van Bruyst. ‘Hier doe ik de praktijkervaring op die ik straks nodig heb.’
Natuurlijk leren studenten veel op de Fontyscampus. Maar een beroep uitoefenen, dat leer je toch vooral in de rijke leeromgeving van de beroepspraktijk: een plek waar gedegen theoretische basis hand in hand gaat met beredeneerd professioneel handelen. Daarom hebben Fontys en werkveldpartners de handen ineengeslagen om studenten op te leiden tot startbekwame, zelfbewuste professionals die vanaf dag één waarde toevoegen in de praktijk.
Zo werkt de opleiding fysiotherapie van Fontys graag samen met Bruyst, een paramedisch gezondheidscentrum in Oost-Brabant met meerdere locaties. Roy van Schendel werkt er als manueel therapeut en begeleidt er Fontysstudenten. ‘De studenten leren bij ons hier niet alleen het werk zelf, maar ook alles wat er bij een praktijk komt kijken. Ze komen dus niet alleen in de behandelkamer, maar krijgen ook een kijkje achter de schermen en zien hoe de bedrijfsvoering er uitziet. Daardoor hebben ze als ze afstuderen een goed beeld van het werk dat ze gaan doen en komen ze goed beslagen ten ijs.’
Nieuwe businessmodellen
De studenten doen volgens Roy niet alleen kennis op, ze brengen ook kennis in. ‘Studenten doen soms onderzoek naar maatschappelijke trends, zoals vraag naar nieuwe trajecten of behandelingen. Vervolgens doen ze aanbevelingen of ontwikkelen ze producten of diensten op het snijvlak van onderwijs, onderzoek en werkveld. Voor ons als Bruyst is dat heel interessant, omdat producten die studenten bedenken soms een nuttige aanvulling zijn op ons praktijkwerk, zeker als het gaat om producten op het gebied van leefstijl en preventie die helpen voorkomen dat mensen meer zorg nodig hebben. Hun onderzoek heeft dus maatschappelijke impact.’
Groeien
Roy ziet de studenten soms in korte tijd veranderen. ‘Sommigen zijn bij binnenkomst wat schuchter en afwachtend. Dat werkt natuurlijk niet goed voor een fysiotherapeut; de patiënt verwacht dat de fysiotherapeut vragen stelt en met suggesties komt. Dat betekent dat zo’n student zijn schroom moet overwinnen, uit zijn comfortzone moet treden en zelfvertrouwen moet opdoen. Wij begeleiden hen daarin. In het begin vinden ze dat best eng, maar door de combi van doelgericht onderwijs en meelopen in de praktijk groeit hun zelfvertrouwen. Ze delen hun leerervaringen onderling en nemen gaandeweg meer initiatief. Ze groeien, ook als mens. Dat is de kracht van de lerende driehoek: student, docent en werkveldpartner.’
Zicht op oorzaak hockeyblessures bij meisjes
Hannah Scharnhorst en Bart Vermeer, twee vierdejaars Fontysstudenten fysiotherapie, lopen stage en doen tegelijkertijd hun afstudeeronderzoek bij PW Bruyst. Hannah doet onderzoek naar de risico’s van adolescente vrouwen die hockeyen op knieletsel. ‘Bruyst werkt samen met een hockeyclub in Vught. Die vereniging liet weten dat meiden tussen 13 en 16 jaar oud opvallend vaak knieklachten hebben. Daar doe ik onderzoek naar.’
Hannah hoopt met haar afstudeeronderzoek te kunnen laten zien wat de risicofactoren zijn. ‘Globaal heb ik daar inmiddels aardig zicht op. Het gaat om factoren als groei, overgewicht en vermoeidheid. Maar ook: in welke fase van de menstruatiecyclus een meisje zich bevindt. Op een bepaald moment tijdens de cyclus is een jonge vrouw vatbaarder voor blessures omdat de hormoonhuishouding tijdens de cyclus verandert. Dat is onder meer van invloed op de soepelheid van de gewrichtsbanden.’
Spelgericht spelen bij jonge kinderen
Bart koos het spelgericht spelen van kinderen tussen 1 tot 4 jaar als afstudeeronderwerp. ‘Fysiotherapeuten weten wel hoe belangrijk spelgericht spelen is voor de motorische ontwikkeling van heel jonge kinderen. Een kind dat zich in die eerste vier jaar goed ontwikkelt, heeft meteen een motorische voorsprong op zijn klasgenootjes als het naar de basisschool gaat. Bovendien heeft die motorische ontwikkeling een positief effect op de ontwikkeling van het brein. Ouders zijn zich veel minder bewust van het belang van spelgericht spelen voor heel jonge kinderen. Daar is nog een wereld te winnen.’
Bart denkt dat hij dankzij zijn afstudeeronderzoek bij Bruyst een realistisch beeld heeft gekregen van zijn latere beroep, omdat Bruyst een multidisciplinaire organisatie is. ‘Ik heb meegelopen met een diëtist, een haptonoom, een osteopaat, een fysiotherapeut en een manueel therapeut. Daardoor heb ik een breed beeld van het vak gekregen. En omdat je hele dagen meeloopt, leer je dingen die je op school niet leert. Verder heb ik hier leren plannen en geleerd zelfstandig te werken. Dat is echt nodig in dit beroep.’
Lars van Bokhoven is een beetje een vreemde eend in de bijt. Hij studeert geen fysiotherapie, zoals Hannah en Bart, maar sportkunde, aan de Fontys Sporthogeschool. Kortom: binnen de professionele werkplaats Bruyst werken verschillende Fontysdisciplines samen en leren zij van elkaar. Ook Lars studeert af met een onderzoek bij fysiotherapie Bruyst. ‘Ik ben gespecialiseerd als medisch trainer. Dan moet je denken aan revalidatieprocessen, bijvoorbeeld na een heupoperatie. Ik doe eigenlijk alles wat een fysiotherapeut doet buiten de behandelkamer. Ik doe bijvoorbeeld geen onderzoek in de behandelkamer, maar onderzoek hoe je preventie en gezondheid in een bestaande organisatie vormgeeft.’ Hij heeft baat bij de aanwezigheid van studenten fysiotherapie op de professionele werkplaats, zegt hij. ‘Van hen leer ik hoe ik als sportkundige kan aansluiten bij de eerstelijnszorg. Mijn gesprekken met hen zorgen voor meer diepgang in mijn studie en afstuderen. Als sportkundige heb ik een andere kijk op zaken als organiseren en managen, wat maakt dat we leren van elkaars inzichten.’
Docent fysiotherapie Ties van den Hurk is iedere maandagochtend aanwezig op een locatie van Bruyst om studenten ter plekke te begeleiden, in plaats van op de Fontyscampus aan de Rachelsmolen in Eindhoven. ‘Studenten hebben daardoor meer interactie met de organisatie en zijn écht op de plek waar het om draait, het werkveld. Even geen theoretische casuïstiek maar met de poten in de klei. Ze kijken mee met professionals die in de dagelijkse praktijk hun beroep uitoefenen.’
Ook Roy ziet het effect van deze aanpak: ‘De kracht van een PW is denk ik ook dat studenten intensief begeleid worden, een heel schooljaar lang, door meerdere collega’s uit verschillende disciplines. Daardoor ontwikkelen ze hun kennis breed, en komt hun klinisch redeneren echt tot bloei. Ook krijgen ze een beter gevoel bij wat het vak fysiotherapie inhoudt — en ontdekken ze waar hun passie ligt.’
Eigen dynamiek
Een professionele werkplaats heeft volgens Ties een heel eigen dynamiek en een unieke sfeer. ‘Ik werk met een vaste groep studenten die in één organisatie hun afstudeerjaar doorlopen en een jaar lang intensief leren en stappen zetten in hun ontwikkeling, in plaats van eens in de twee weken naar de campus te komen om met relatief onbekende medestudenten intervisie te houden over wat er tijdens hun stage is gebeurd. En omdat ik zowel Fontys als Bruyst goed ken, kan ik als docentbegeleider makkelijk een brug slaan tussen wat Fontys van de studenten vraagt en wat Bruyst als rijke leeromgeving kan bieden.’
Wil je meer weten over de professionele werkplaatsen van Fontys Paramedisch?
Kijk dan op www.fontys.nl/pw of neem contact op met Marjon Gevers, projectleider Professionele Werkplaatsen, via marjon.gevers@fontys.nl of t.vandenhurk@fontys.nl.