06
november
2026
|
13:17
Europe/Amsterdam

Tien jaar lectoraat Dynamische Talentinterventies

Van ‘war for talent’ naar ‘share talent’

Marian en peter 10 jaar lectoraat

Het Fontyslectoraat Dynamische Talentinterventies bestaat tien jaar. In die periode verschoof de aandacht van de vraag wat talent precies is en hoe je daarnaar kijkt, naar een veel bredere opgave: hoe kunnen mensen, organisaties en regio’s talent ontdekken, ontwikkelen, benutten én delen? Lector Dynamische Talentinterventies Marian Thunnissen en docent-onderzoeker Peter Bos blikken terug en vooruit.

Toen het lectoraat tien jaar geleden startte, stond eerst een fundamentele vraag centraal: wat verstaan we eigenlijk onder talent? Peter was vanaf het eerste uur bij het lectoraat betrokken. Vond hij toen talent nog ‘een beetje een vaag begrip’, inmiddels combineert hij zijn werk als docent-onderzoeker op dit vlak met een promotietraject aan de Universiteit Utrecht. Dat doet hij onder begeleiding van Marian, die daar bijzonder hoogleraar Leven Lang Ontwikkelen is.

Talent in de werkcontext
Het lectoraat Dynamische Talentinterventies onderzoekt hoe mensen hun talenten kunnen ontdekken, ontwikkelen en benutten in hun werk. En hoe werkgevers daarvoor de juiste omstandigheden kunnen creëren. Het lectoraat wil er zo aan bijdragen aan dat iedereen betekenisvol werk kan doen. 
In hun onderzoek kijken de docent-onderzoekers van het lectoraat steeds naar drie niveaus: het individu, de organisatie en het bredere netwerk van organisaties. “Je kunt die drie niveaus niet van elkaar scheiden”, zegt Peter. “Mensen moeten hun talenten op de werkvloer leren kennen en kunnen ontwikkelen. Tegelijkertijd moet de organisatie dat ondersteunen via teams, leiderschap en beleid. En organisaties zijn weer onderdeel van een groter ecosysteem, waarin samenwerking nodig is om schaars menselijk kapitaal zo goed mogelijk in te zetten.”

Van vinden naar vasthouden
In de tien jaar dat het lectoraat bestaat, zagen Marian en Peter de behoeften en vragen uit het werkveld veranderen. In de beginjaren ging het vooral over het identificeren en aantrekken van talent. Door de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt verschoof het accent naar ontwikkelen, benutten en behouden. Marian: “De vraag is niet meer alleen: hoe vind je personeel? Steeds vaker gaat het over: hoe houd je mensen vast en hoe voorkom je dat je aan het dweilen bent met de kraan open?”

Vooral ook in Brainport is de vraag naar personeel in onder meer de semiconsector, defensie, de energietransitie en de zorg zo groot dat werkgevers het niet afzonderlijk kunnen oplossen. Volgens Marian ontstaat daarom een beweging van talentmanagement binnen één organisatie naar een regionaal talentsysteem. Organisaties, onderwijs- en kennisinstellingen moeten samen werken aan het aantrekken, ontwikkelen en behouden van mensen.

Peter vat die ontwikkeling samen als een verschuiving van ‘war for talent’, via ‘care for talent’, naar ‘share talent’, een term die voortkwam uit een workshop van hun lectoraat-collega Ellen Koop. Niet langer alleen concurreren om dezelfde mensen, maar talent gezamenlijk ontwikkelen en slimmer delen.

Onderzoek dat zichtbaar wordt in de praktijk
Het lectoraat doet onderzoek op vele vlakken. Zo kijken ze naar hybride techprofessionals: mensen die een baan in de techniek combineren met werk in het onderwijs. Dat biedt ontwikkelkansen voor het individu, maar vraagt ook om goede afspraken en ondersteuning van beide werkgevers. Als je dat goed doet, kan de inzet van hybride techprofessionals bijdragen aan grotere arbeidsmarktvraagstukken. 
Een ander belangrijk thema is de leercultuur binnen organisaties. Hoe stimuleer je medewerkers om zich voortdurend te ontwikkelen? Dat vraagt niet alleen om opleidingen, maar ook om ondersteunend leiderschap, collegiale feedback, autonomie en een open blik naar buiten. “We hebben in organisaties de neiging om het systeem leidend te maken en niet de mens”, zegt Marian. “Het is niet óf het systeem óf de mens. Juist de combinatie verdient aandacht.”
Het lectoraat werkt daarnaast aan ‘learning communities’ waarin bedrijven, onderwijs en kennisinstellingen samen leren, werken, onderzoeken en innoveren. De traditionele rollen verschuiven: niet alleen de student leert, niet alleen de docent begeleidt en niet alleen de werkgever geeft opdrachten. Alle deelnemers zijn tegelijk lerend, onderzoekend en werkend. Juist op de grens tussen vakgebieden ontstaan volgens Peter nieuwe kansen, al vraagt samenwerking ook om tijd en wederzijds begrip.

Kennis terugbrengen naar onderwijs en professionals
De onderzoeksresultaten van het lectoraat blijven zeker niet op de plank liggen. Het lectoraat vertaalt inzichten naar interventies, opleidingen en onderwijs. Een voorbeeld is de post-bachelor Talentprofessional, waarin professionals leren talentbeleid duurzaam in organisaties te verankeren. Ook speelt het lectoraat een belangrijke rol in de master Human Capital Innovatie, die samen met de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) wordt aangeboden. Daarnaast ontwikkelde het team een minor. Daarmee bereikt het lectoraat niet alleen de klassieke student, benadrukt Peter. “We leiden ook professionals op die in organisaties daadwerkelijk met talentontwikkeling aan de slag gaan. Zo zie je kennis uit onderzoek terugkomen in de praktijk en kun je die daar weer verder ontwikkelen.”

Een klein team met een groot bereik
Terugkijkend zijn Marian en Peter vooral trots op de manier waarop kleine initiatieven konden uitgroeien tot langdurige onderzoekslijnen. Projecten begonnen soms met één student of een bescheiden verkenning en kregen daarna meerdere vervolgen. Ook werkt het lectoraat steeds vaker samen met andere lectoraten en organisaties. Vier jaar geleden ontstond een landelijk samenwerkingsverband met vier andere human-capitallectoraten: de SPRONG-groep Human Capital Innovatie.

Peter wijst daarnaast op de kracht van het relatief kleine, hechte team. “We hebben ongelooflijk veel gedaan op het snijvlak van wetenschap, beroepspraktijk en onderwijs. Binnen het team hoeft niet iedereen hetzelfde te kunnen. De één schrijft wetenschappelijke publicaties, de ander ontwikkelt interventies of vertaalt inzichten naar onderwijs. Juist die mix is essentieel voor de impact van het lectoraat.”

De volgende tien jaar
Hoe ziet de nabije toekomst eruit voor het jubilerende lectoraat? Marian verwacht dat de beweging van individueel talent naar regionale talentsystemen verder doorzet. Het lectoraat wil samen met regionale én landelijke partners onderzoeken hoe organisaties talent niet alleen kunnen aantrekken en behouden, maar ook gezamenlijk kunnen ontwikkelen en inzetten. Daarbij blijft het team ook kritisch naar zichzelf kijken. Marian noemt het een ‘lerend lectoraat’: steeds opnieuw terugblikken, herijken en bepalen waar de behoefte ligt en waar het team het verschil kan maken. Dat is precies wat het jubileum zichtbaar maakt. Tien jaar onderzoek naar talent leverde niet alleen kennis op over mensen en organisaties, maar ook een lectoraat dat zichzelf blijft ontwikkelen.

Auteur: Antoinette van der Vorst 
Foto's: privecollectie