Gedrag, groei en gesprek: de kracht van het vak Omgangskunde
Jongeren begeleiden in wie ze zijn en kunnen worden
Wat doet een docent Omgangskunde eigenlijk? Het is een vraag die Lotte Scholten en Beau Groels vaak hebben gehoord. Want hoewel het vak een belangrijke rol speelt in het onderwijs én daarbuiten, is het voor velen nog onbekend terrein. Daarom delen deze twee vierdejaars studenten van de voltijdsopleiding Omgangskunde maar al te graag hun verhaal. “Ik wist op mijn middelbare school écht nog niet wie ik was. Of wat ik wilde. Dát moeten jongeren eerder leren ontdekken! Een vak als Omgangskunde helpt daar enorm bij”
“De vraag wat Omgangskunde is, heb ik zó vaak gekregen”, vertelt Lotte, “’Werk je dan op een praktijkschool’, of: ‘Zit je in het speciaal onderwijs?’. Men beseft niet dat beide kan, en dat er nog talloze andere opties zijn. Werken op het mbo, in het praktijkonderwijs, maar ook op de politieacademie bijvoorbeeld.”
Haar studiegenoot Beau vult aan: “Ik merk óók dat er veel vooroordelen bestaan over onze opleiding. En dat men niet goed weet wat Omgangskunde precies inhoudt. Wat Lotte ook al zegt: je krijgt vragen wat je met dit vak kunt. Zo staat Omgangskunde niet op de lessentabel van mavo, havo of vwo. Maar ik merk dat er wel een stijgende lijn is omdat het vak Burgerschap volgend jaar op het mbo wordt verplicht. De waardering voor het vak Omgangskunde is daarmee gelukkig aan het groeien. Maar toen ik startte met de studie had ik echt zoiets van: ‘Als ik elke keer moet gaan uitleggen waarom ik Omgangskunde ga studeren, waarom maak ik dan niet gewoon de overstap naar Maatschappijleer?’”
Van boa naar docent
Het moet gezegd worden; zélf wisten ze eerst ook niet van het bestaan van deze opleiding. Zo werkte Lotte (26) vijf jaar als boa (buitengewoon opsporingsambtenaar), voordat ze aan de opleiding begon. “Ik merkte dat ik de omgang met mensen, en dan vooral het stukje om met iemand die heel erg in de emotie zit een gesprek te voeren, dat ik dát heel leuk vond”, aldus Lotte. “Als boa had ik vooral te maken met gedrag, en ik wilde ook aan de slag met de ontwikkeling van mensen. Dan kom je al snel uit bij het onderwijs, maar ik zag me zelf niet echt een specifiek vak geven. Ik twijfelde over de pabo, maar ik wil toch echt met oudere jeugd werken. Mijn zwager werkt op de Nieuwste School, hij tipte me over deze opleiding. Na een bezoek van de open dag was de keuze voor docent Omgangskunde gemaakt.”
Neigen naar pabo
Beau (22) heeft de vooropleiding tot onderwijsassistent (niveau 4) gedaan. “Dat is eigenlijk een voorloper op het docentschap. Ik wist dus eigenlijk wel dat ik de onderwijswereld in wilde gaan. Maar net als Lotte wist ik niet welk vak ik dan zou willen doceren. Ik heb ook lang geneigd naar de pabo. Maar ook ik vind het juist leuk om het gesprek met studenten aan te gaan, waar ze tegenaan lopen. En met een jongere doelgroep tot en met twaalf jaar oud is dat toch anders. Mijn moeder heeft de nodige research gedaan, en samen kwamen we uit op docent Omgangskunde. Na een meeloopdag op de opleiding dacht ik: ‘Echt super vet! In deze opleiding ligt de nadruk op pedagogiek en gedrag, terwijl bij ander lerarenopleidingen je natuurlijk ook ingaat op en minder op vakinhoud en didactiek. Het is pedagogisch sterker, al mag het didactische aspect natuurlijk niet ontbreken.”
Grote mond
Toen Lotte aan de opleiding begon, werd er in haar omgeving wel even gelachen. Ook zelf licht ze dat lachend toe: “Ik ben van nature niet heel erg geduldig. Als docent moet je die eigenschap natuurlijk wel heel erg hebben. Maar die “grote mond”, en daar lekker mee omgaan, dat ligt me wel. ”
Ook Beau heeft geconcludeerd dat de opleiding goed bij hem past.
Broekie van 19
De studenten hebben ervaren dat er vanuit de opleiding volop ingezet wordt op zelfstandigheid, autonomie en ontwikkeling, maar voor een voltijdstudent die net van de middelbare school of het mbo in het hbo terechtkomt kan dat nog wel een pittige overgang zijn. Beau: “In het eerste jaar moest ik aangeven wat ik graag wilde gaan leren. Maar ik kwam net als broekie van 19 van het mbo af, en moet ik dat dan aangeven? Ik had al de nodige ervaring als onderwijsassistent, tóch moest ik dezelfde opdrachten uitvoeren als medestudenten zonder die onderwijservaring. Ik had graag versneld gestudeerd. Eerder willen aantonen dat leerdoelen behaald zijn.” Lotte herkent dit ten dele: “Qua theorie is er wél aandacht voor voorkennis. Maar je zit in een groep met verschillende achtergronden. De deeltijdvariant van de opleiding is meer gericht op maatwerk.”
Verbetering in het programma
Beide studenten vonden het wel lastig dat ze sommige opdrachten meerdere keren hebben moeten uitvoeren, er leek weinig verschil in die opdrachten te zitten. Beau: “Ik had wat dat betreft in het derde jaar wel willen beginnen met de afstudeerstage.” Voor Lotte voelde daardoor vooral het vierde jaar zwaar aan. In de eerste jaren was er veel aandacht voor samen leren en reflectie, wat later wat minder terugkwam. Beau sluit zich daarbij aan, hij had graag gezien dat de ervaringen uit de praktijk structureler in de gehele opleiding terug waren gekomen. Gelukkig is dit in het nieuwe onderwijs van Fontys Educatie (Talentgericht Onderwijs, afgekort TGO) verholpen. Daar zijn werkplekleren en het universele programma geen losse elementen meer en wordt het geïntegreerd getoetst.
Verantwoordelijkheid
Lotte en Beau hebben dus wel wat hobbels ervaren tijdens de studie, maar ze zien de docenten als betrokken en benaderbaar. Eerstgenoemde benadrukt dat er oog is voor de student, terwijl Beau de autonomie en keuzevrijheid waardeert die docenten aan de studenten bieden. Belangrijk is dat er een balans is tussen vrijheid en begeleiding. Beiden merken dat de opleiding veel vraagt van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Beau: “Dat past bij het beroep, maar zorgt er ook voor dat er best veel studenten zijn uitgevallen. Lotte is het daar niet helemaal mee eens. “Je kunt niet als docent voor de klas gaan staan, je leerlingen leren over verantwoordelijkheid nemen, en zélf daar geen stappen in nemen!”
Misvattingen
Over het vak omgangskunde bestaan helaas nog steeds de nodige misvattingen. Lotte: “Ik werk op een praktijkschool. Wij zijn constant bezig met die kinderen klaar te stomen voor de maatschappij. Natuurlijk, Nederlands, rekenen is belangrijk, dat is onderdeel daarvan. Maar wij zijn echt bezig op gedrag. Sociale vaardigheden. Zelfinzicht. Wat wordt er in de maatschappij van jou verwacht? Wat zijn de competenties die je nodig hebt om echt het werkveld in te kunnen? Ik vind dat wij echt een grote rol kunnen gaan spelen door aan die talentontdekking te gaan doen. Naar mijn gevoel zijn er een hele hoop scholen die daar totaal niet mee bezig zijn. Daardoor zijn er zoveel misvattingen over het vak omgangskunde. Het feit dat het vak Burgerschap verplicht wordt in het MBO draagt hopelijk bij aan het feit dat mensen daar het belang van inzien.”
Breed
Beau: “Het mooie van ons werkveld is dat we als docent Omgangskunde zo breed inzetbaar zijn”. Lotte tenslotte: “Vakken als ontwikkelingspsychologie, sociologie en pedagogiek zijn inderdaad breed toe te passen. In, maar ook búíten het onderwijs. Ik wist op mijn middelbare school echt niet wie ik was. Of wat ik wilde. Dát moeten jongeren eerder leren ontdekken! En een vak als omgangskunde helpt daar enorm bij.”
Auteur: Erik Bienefelt
Met elkaar omgaan is een vak: omgangskunde Met de hbo-opleiding Leraar Omgangskunde leer je hoe je als docent jouw leerlingen voor kunt bereiden op de uitdagingen van het leven in onze samenleving. Je helpt ze met hun persoonlijke ontwikkeling en hun sociale, emotionele en communicatieve vaardigheden. Bij Fontys kun je deze opleiding in voltijd en in deeltijd volgen. Kijk hier voor meer informatie of kom langs op een van de open dagen. |