Jacqueline van Swet, oud-lector van Fontys OSO, schreef onderstaand opinieartikel over de grotere rol die scholen in haar ogen tijdens de coronacrisis moeten pakken. Het artikel werd op zaterdag 28 maart ook gepubliceerd in het Eindhovens Dagblad.
Scholen weten ook nu wat kind nodig heeft
In plaats van te vervallen in hokjesgeest moeten scholen een grotere rol krijgen tijdens de coronacrisis.
Het wordt een spannende beslissing of de scholen na 6 april weer open gaan. Voor de helderheid een kort overzicht van wat er tot nu toe is gebeurd.Op 15 maart besluit het kabinet, tegen het advies van de deskundigen (RIVM) in, dat de scholen dicht gaan. Zij zullen wel opvang bieden voor leerlingen met een ouder werkzaam in een zogenaamd vitaal beroep.
Op maandag 16 maart blijkt dat scholen veel meer doen dan opvang. Als razenden werken zij aan online lessen voor de leerlingen en de lespakketten vallen maandag of dinsdag al in de digitale postbussen. Tevens blijkt dat deze beslissing tot problemen en onzekerheid leidt op scholen, in gezinnen en in de maatschappij. Leraren doen immers veel meer dan kennis overbrengen. De kindertelefoon krijgt het razend druk met telefoontjes van bezorgde kinderen: over de situatie thuis die nog minder veilig was dan ze soms al was, over de gezondheid van opa's en oma's, over allerlei andere belangrijke zaken. Jeugdhulp wordt overspoeld met hulpvragen. Jongeren gaan het park in en houden zich onvoldoende aan de opdracht om afstand (minstens 1,5 meter) te bewaren. Zij realiseren zich niet dat zij ook bronnen van besmetting kunnen zijn.
Leerlingen uit examenklassen maken zich zorgen of zij wel een diploma gaan krijgen van voldoende waarde en of zij wel naar de vervolgopleiding van hun keuze kunnen.Dus reageren wij zoals we dat in Nederland gewend zijn: we maken regels op maat en definiëren uitzonderingssituaties: bepaalde groepen kinderen mogen toch naar school, jeugdhulp gaat samen met gemeenten (en scholen) overleggen welke hulp voor welke groep op welke plek nodig en mogelijk is. Een van de argumenten is, dat jeugdhulp en gemeente zo goed zouden weten wat ieder kind en ieder gezin nodig zou hebben.Eerlijk gezegd; mijn klomp breekt. Wat een ingewikkelde oplossing voor iets dat in Nederland al zo goed is georganiseerd! Onze scholen zijn zo professioneel en kundig om creatief en verantwoord te reageren en hulp te zoeken waar dat nodig is. We waren zo hard op weg om kinderen minder in hokjes in te delen.
Om te leren om alle kinderen samen naar school te laten gaan en eraan te werken dat kinderen zo min mogelijk worden buitengesloten. We begonnen ons langzaam aan te realiseren dat alle diagnoses en labels die wij kinderen geven veel nadelige bijwerkingen hebben. En de oplossingen die nu de ronde doen, zijn voor een groot deel juist weer gericht op dit soort diagnoses en stigmatiseringen: er wordt gesproken over extra hulp aan kinderen uit kwetsbare groepen, de groepen kinderen die wel naar school mogen komen worden nader gedefinieerd.Op 23 maart scherpt het kabinet de maatregelen aan. Over sluiting of het weer openen van scholen wordt later besloten. Opvallend is de uitzondering op de maatregel met betrekking tot samenscholing: kinderen en jongeren mogen wel in groepen buiten spelen. Dus: waarom niet ook naar school? Deze maatregel leidt meteen tot onzekerheid en onrust.
Mijn voorstel zou zijn: geef de regie weer aan de scholen. Spreek niet van een sluiting van scholen of van scholen die nog wel opvang bieden. Dat is onduidelijk - en niet passend - taalgebruik. Scholen blijven gewoon doen waarvoor zij bestaan en waarin zij goed zijn: onderwijs geven. Zij beslissen zelf hoe zij dat vormgeven.In deze situatie natuurlijk samen met deskundigen en passend binnen de richtlijnen van RIVM en ministerie. Leraren zijn deskundige professionals. Zij kennen hun leerlingen en hun gezinnen. Zij weten, waarschijnlijk veel beter dan jeugdhulp of gemeente, welke leerlingen extra hulp nodig hebben en wat voor hulp. Dat zal dikwijls betekenen dat zij hun onderwijs online aanbieden en dat hun leerlingen thuis hun schoolwerk doen.Daarnaast zouden scholen hun leerlingen dagelijks kunnen zien. Misschien in shifts zodat kleinere groepen leerlingen een aantal uur per dag begeleid contact hebben: voor groepsgesprekken over wat hen bezighoudt, voor begeleiding bij het thuiswerk. Op die manier houden zij een vinger aan de pols. Zonder dat leerlingen in categorieën hoeven te worden ingedeeld. De school heeft op die manier de regie en blijft de plaats waar het onderwijs, in al zijn facetten, gebeurt. Scholen kunnen daarbij samenwerken met anderen zoals jeugdhulp, gemeenten, de bibliotheek, sportclubs.Geef scholen bovendien extra middelen om aanvullende hulp te organiseren of te bieden. En zorg voor maatregelen om de gezondheidsrisico's voor het onderwijzend personeel te minimaliseren, zoals dat ook voor personeel in andere vitale sectoren geldt.