Eindhoven,
09
januari
2018
|
10:31
Europe/Amsterdam

Gertruud Hoedemakers gaat met pensioen

“Er is zoveel mogelijk”

Gertruud+Hoedemakers

In 1979 studeerde Gertruud Hoedemakers af aan de TU/e als bedrijfskundig ingenieur. Daarna werkte ze bij de Rabobank en bij Océ. In juni 1990 begon ze haar loopbaan bij de voorganger van Fontys, de Hogeschool Eindhoven. Een loopbaan die haar op veel plaatsen in de organisatie heeft gebracht.
De rode draad door haar vele activiteiten is de relatie tussen onderwijs en informatievoorziening. Techniek en didactiek, studenten en processen, informatie en technologie, vernieuwing en experimenteren, het zijn in haar werk altijd die combinaties geweest.
Haar veelzijdige pad begon bij Bedrijfskunde. Als docent.

“Ik was er vanaf het begin al van overtuigd dat informatietechnologie de wereld zou veranderen, dat de impact groot zou zijn. Daar wilde ik bij zijn. Ik wilde het snappen. Informatietechnologie in het onderwijs zou belangrijk worden.
Ik kwam er al gauw achter dat er een grote kloof was en is tussen de snelle technische ontwikkelingen en de toepasbaarheid daarvan in de “echte” wereld."

Digitale leeromgeving
Bij Technische Bedrijfskunde heb ik meegewerkt aan een curriculum in het 2e studiejaar, dat onafhankelijk was van de volgorde waarin de student het doorliep.
Met de zogenaamde KST projecten kwam geld vrij voor onderwijsvernieuwingen. Daar legden we de basis voor informatie in het onderwijs.
Het project “Leermiddelen 2000”, ook wel het Vespucciproject genoemd, was daar een voorbeeld van. Wolters Noordhoff en Fontys werkten in dit project samen aan de ontwikkeling van digitale leermiddelen.
Uit bestaand onderwijsmateriaal werd digitaal onderwijsmateriaal ontwikkeld. Wolters Noordhoff zou dat ontwikkelen in een afspeelomgeving, dat werd later N@tschool.
Jammer genoeg werden die leermiddelen geen succes. We konden het niet eens worden over het verdienmodel, de uitgever wilde via de opleidingen het geld voor de ontwikkelde inhoud innen en daar wilde de opleidingen zich niet voor lenen.
Maar de Fontys-organisatie had ook geen enkel idee van de betekenis van het implementeren en beheren van een digitale leeromgeving.
Bij die informatietechnologie is een proof of concept is niet genoeg. Er komt veel meer bij kijken dan “technisch de draadjes aan elkaar knopen”, er is een fit met het onderwijsconcept nodig en ondersteuning bij het uitrollen en beheren ervan.
De instituten die N@tSchool! zijn gaan gebruiken, waren meestal positief als er binnen de opleiding voldoende draagvlak was. Zij hebben eenzelfde ontwikkeling doorgemaakt als de leeromgeving. Met positieve resultaten. Ook bij TNW.

De kritische succesfactor voor dergelijke projecten is en blijft of mensen er de schouders onder willen blijven zetten. Ik heb veel projecten meegemaakt waar men tijdens het project enthousiast was, maar na de projectperiode ebde dat weer weg.
Soms voelde ik me wel een Don Quichot. Het was moeilijk om duidelijk te maken wat het belang is van doorontwikkeling en beheer. Dat kreeg je bijna niet uitgelegd.”

Parels
“Dat was de reden waarom ik op een gegeven moment op zoek ging naar een instituut dat niet zeurde, waar de mensen wilden gaan voor de gemaakte keuzes. Het werd TNW.
Daar werd ik directeur ASIA. Ik heb ook meegewerkt aan de ontwikkeling van onderwijs over duurzaamheid, ik heb dingen gedaan op het gebied van onderwijslogistiek en ik heb SAGE geïmplementeerd.
Ik ben trots op de kennisbanken van DAS en ASIA, daar staat mijn naam ook onder. In die kennisbank staan alle opbrengsten van projecten en onderzoeken vanaf 2004. Bij accreditaties zijn dat de pareltjes, dat beseffen we onvoldoende.
DAS en ASIA zijn het goud van de opleiding. Daar kunnen studenten zelf dingen proberen of verzinnen, laat dat dan toe. Experimenteren is wezenlijk. Dan kun je echt inspireren.”

Veranderingen
“Ik heb veel veranderingen meegemaakt. Zo was en ben ik een grote fan van competentiegericht onderwijs. Pure kennis is te vluchtig, het gaat om de toepassing van kennis in combinatie met houding en gedrag. Zo kijken bedrijven ook naar onze studenten.
Wat mij betreft gaan de veranderingen niet hard genoeg. We zijn nog te veel een leerfabriek, vooral in het eerste jaar.
We kunnen veel meer differentiëren in de didactiek. Waarom moet je een vak in alle klassen op dezelfde manier geven? TNW heeft hard een didactische discussie nodig.
Studenten moeten zelf aan de slag, we dragen ze nog te veel aan. Docenten moeten coaches worden. Zo lang de docent praat, leert de student niets.
Ik vind dat Applied Science veel van de oorspronkelijke elementen van competentiegericht onderwijs heeft verloren. We hebben een te sterke neiging tot controleren. Er is nauwelijks plaats voor fantasie en eigen initiatief. We toetsen veel te veel.
Jammer dat veel docenten uitleggen zo fijn vinden. Daarmee sta je vernieuwingen in de weg.”

Snelle groei
“Door onze snelle groei in de afgelopen jaren nemen we de tijd niet meer om op een andere manier naar het onderwijs te kijken. Jonge collega’s worden opgeleid tot “uitlegdocent”. Ze krijgen de kans niet om door te groeien naar echt docentschap terwijl Fontys 2020 wel juist die weg op gaat. De waan van de dag overheerst altijd. We maken ons vooral druk om de roosters en de organiseerbaarheid. Onderwijs kan zo veel leuker en genuanceerder zijn. Ik denk dat veel jonge collega’s er ook zo over denken.”

Buiten TNW
“Vanwege mijn werk heb ik ook veel op andere afdelingen gewerkt. Ik raad iedereen aan om ook buiten TNW te kijken. Er is zoveel mogelijk bij Fontys. We blijven nog veel te veel binnen de muren van ons eigen instituut. En die muren zijn vaak veel te hoog.
Er zou meer docentuitwisseling moeten zijn. Vakoverschrijdend kijken naar de mogelijkheden.
Er zijn periodes in mijn werk geweest dat we als docenten overal kwamen, we kenden elkaar binnen de instituten, we zochten elkaar op en kenden elkaars expertise.
Die uitwisseling is nu zeer beperkt.”

Trots
“Ik ben er trots op dat ik binnen Fontys op verschillende plaatsen heb gewerkt aan verschillende onderwerpen. Dat raad ik collega’s ook aan. Ga op zoek naar uitdagingen, ze zijn zeker te vinden.
We vinden dat onze studenten verantwoordelijk moeten zijn voor hun eigen ontwikkeling en mediawijsheid. Dat geldt dan toch ook voor collega’s?

Ik ben ook trots op mijn assessorschap bij FKO (Fontys Kwalificatie Onderwijs). Daar hebben we het over je ontwikkelen als docent. Collega’s met een opleiding bijvoorbeeld in de biologie, moeten eerst kennisnemen van het vak als docent en van opvattingen over didactiek. Bij het BKO kwalificeer je als docent voor het onderwijs en je denkt na over wat je doet. Met de vervolgkwalificaties kun je laten zien dat je jezelf verder als docent ontwikkelt. Het is een goed concept, alleen jammer dat het wel erg bureaucratisch is ingericht.

Vernieuwing
“Ik blijf me tot aan mijn pensioen inzetten voor vernieuwing in het onderwijs. Dat moet snel gebeuren, anders gaan we studenten verliezen. Onze doelgroep verandert. We moeten werken met studenten die nog minder volwassen zijn, die anders omgaan met informatie, die soms beschadigd zijn of een beperking hebben. We hebben een moeilijke populatie waar we genuanceerd mee om moeten en kunnen gaan. De mogelijkheden en de kennis hiervoor zijn er.
Nu stoppen we iedereen in hetzelfde klasje. Iedereen gaat door dezelfde molen en dat terwijl iedereen zo ongelofelijk verschillend is.
We praten over Bildung, maar we passen het niet toe. We moeten meebewegen met de student en de maatschappij. Dat doen we nu onvoldoende.”

Nieuwe periode
”Hoewel ik het moeilijk vind, gaat de deur van Fontys na mijn pensioen ook echt dicht. Er gaan weer nieuwe dingen komen. Mijn man en ik zullen komend voorjaar in Spanje te vinden zijn, een prachtig land waar we nog veel kunnen ontdekken.
Daarnaast ben ik al een aantal jaren aan het beeldhouwen. Ik heb nog een grote steen liggen waar ik mee aan de slag kan.
Wat ik ook ga doen, ik zal er altijd vol voor gaan. Half werk is niets voor mij.”

Door Angelique Jansen