Opzet opleiding
Kom je net van het mbo, de havo of het vwo, dan is de voltijdopleiding iets voor jou. Tijdens deze vierjarige opleiding tot leraar Duits ben je zo’n 40 uur per week bezig met je studie, zowel in theorie als in de praktijk. Het studieprogramma omvat een eenjarige propedeuse, een tweejarige hoofdfase en een eenjarige afstudeerfase. Het studiejaar is verdeeld in blokken van tien weken. De eerste acht weken volg je colleges en neem je deel aan workshops, practica en werkgroepen. In week 9 zijn de tentamens. In week 10, de kantelweek, vinden projectactiviteiten plaats. Na het eerste jaar krijg je een studieadvies. Daaruit blijkt of de opleiding voor jou geschikt is en andersom.
Vakinhoud
Al direct aan het begin van je studie maak je kennis met de Duitse taal en cultuur. In de vorm van verschillende vakken zoals mondelinge en schriftelijke vaardigheden, kennis van het land en de cultuur, grammatica en vocabulaire. Daarnaast leer je specifieke beroepsvaardigheden. Die heb je nodig om als leraar Duits aan de slag te kunnen. Om de taal mondeling en schriftelijk onder de knie te krijgen, maak je zo veel mogelijk gebruik van authentieke teksten en het internet. Verder verdiep je je in de geografie van het taalgebied, de geschiedenis, het politieke, sociale en culturele leven en (jeugd)literatuur.
Stages
Leraar word je op school. En dan bedoelen we niet in de schoolbanken, maar ervoor. Stages vormen daarom het hart van de opleiding. Hoe verder je komt in de opleiding, hoe meer uren stage je loopt. Er is een voortdurende wisselwerking tussen de schoolpraktijk en de opleiding. Je oriënteert je op de school en het beroep, je ontwikkelt je motivatie voor het vak, doet ervaring op en leert systematisch na te denken, zowel in je contact met de leerlingen als met collega’s. En ook niet onbelangrijk: je leert van je eigen sterke en zwakke punten.
- Stage propedeuse: in groepjes bezoek je een week in het najaar een school voor voortgezet onderwijs of een afdeling van een Regionaal Opleidingscentrum (ROC). Daarna voer je ongeveer vijftien weken lang een dag in de week taken uit binnen een school, op basis van jouw leervragen. Ook oefen je eenvoudige vormen van lesgeven.
- Stage studiejaar 2: in de laatste twintig weken van het studiejaar loop je op donderdag en vrijdag stage. Je leert de basisvaardigheden van het lesgeven, je leert over de basisvorming en leert om te gaan met (de verschillen tussen) leerlingen. Wat je precies wilt leren, bepaal je samen met studieloopbaanbegeleider.
- Stage studiejaar 3: in de eerste 20 weken van het studiejaar loop je op donderdag en vrijdag stage. Het begeleiden van leerprocessen van leerlingen krijgt meer nadruk. Je geeft niet alleen les, maar bouwt ook begeleidingscontacten op met leerlingen en je werkt aan een concreet onderwijsproduct.
- Stage studiejaar 4: de LIO-stage (Leraar In Opleiding) is het sluitstuk van de opleiding, de kroon op je werk. Je voert zoveel mogelijk zelfstandig de verschillende leraarstaken uit, onder ‘begeleiding-op-afstand’. Het hele studiejaar ben je op dinsdag, woensdag en donderdag op jouw stageschool. Tijdens deze stage schrijf je ook je afstudeerwerkstuk.