De opleiding is competentiegericht. Binnen een diversiteit aan onderwijsleerarrangementen wordt gewerkt aan het verbeteren van competenties die zijn vastgesteld voor het beroep van docent Lichamelijke Opvoeding. Meerdere beroepskenmerkende situaties passeren de revue. Kennis en vaardigheid wordt in de verschillende onderwijsleerarrangementen getoetst middels zogenaamde kennistoetsen, beroepsproducten en stages. Tezamen leidt het vergaren van kennis en vaardigheid tot een competente docent Lichamelijke Opvoeding.
De leerarrangementen binnen de deeltijdopleiding bestaan uit diverse vakken. De vakken zijn verdeeld in de volgende categorieën:
1. Beroepsvaardigheden
2. Bewegingsagogische wetenschappen
3. Bewegingsvaardigheden
4. Sociale wetenschappen
5. Medisch-biologische wetenschappen
1. Beroepsvaardigheden
Beroepsvaardigheden (stages) spelen een belangrijke rol tijdens de ontwikkeling van de docent Lichamelijke Opvoeding. Je leert om te gaan met diverse bewegingsactiviteiten binnen en buiten het schoolwerkplan. Je loopt je stages in diverse contexten. In het eerste jaar loop je stage in het primair onderwijs (basisonderwijs). Tijdens het tweede studiejaar loop je stage in het voortgezet onderwijs. In deze contexten ga je gedurende het gehele schooljaar en tenminste vier uur per week naar de stageschool om daar praktijkervaring op te doen. Je afstudeerstage vindt plaats in een context naar keuze.
2. Bewegingsagogische wetenschappen
Bij bewegingsagogische wetenschappen wordt ingespeeld op de basis van het lesgeven. Je vergaart kennis op het gebied van pedagogiek en ethiek, maakt kennis met het onderwijssysteem en leert denken vanuit conceptuele grondbeginselen. Bovendien leer je hoe je bewegingsactiviteiten gedifferentieerd aan kan bieden, waardoor het actief en zelfstandig leren van de leerlingen bevorderd wordt. Enkele aandachtsgebieden in dit vormingsgebied zijn: agogiek, didactiek en methodiek.
3. Bewegingsvaardigheden
Tijdens de lessen bewegingsvaardigheden vindt de theorie en de praktijk elkaar. Niet alleen wordt er gewerkt aan de zogenaamde eigen vaardigheid, maar wordt er vanuit theoretische kaders gewerkt aan de ontwikkeling in methodisch-didactisch handelen Enkele vakken binnen dit vormingsgebied zijn: atletiek, bewegen en muziek, turnen, klimmen, spel, racketspelen, zelfverdediging en zwemmen.
4. Sociale wetenschappen
Tijdens verschillende leerarrangementen leer je sociale processen te herkennen en te analyseren. Je weet welke eisen je kunt stellen aan een kind met betrekking tot ontwikkelingsfactoren op het gebied van motorische, sociale en cognitieve vaardigheden. Verder krijg je ook inzicht in je eigen sociale functioneren in een groep. Enkele vakken binnen dit vormingsgebied zijn: psychologie, sociologie en filosofie.
5. Medisch-biologische wetenschappen
Kennis van vorm en functie van het bewegingsapparaat is noodzakelijk om op verantwoorde wijze met het lichaam om te gaan tijdens lichamelijke opvoeding. Bewegingsopvoeding vereist een degelijke kennis van de lichamelijkheid van de mens en zijn bewegingsgedrag. De toekomstig docent LO hoort voldoende kennis en inzicht te hebben in de bouw en de functie van het bewegingsapparaat, om leerlingen en sporters te begeleiden en te adviseren bij de uitoefening van bewegingen.
Enkele vakken binnen dit vormingsgebied zijn: fysiologie,,anatomie, pathologie, motorisch leren en gezondheidsleer.