Lars BorghoutsLector Fysieke Activiteit en Gezondheid aan Fontys Sporthogeschool in Tilburg en Sittard
“Het mooie van wetenschap en onderzoek doen is dat je zelf de problemen kunt uitzoeken die je wilt oplossen”
Als bewegingswetenschapper is Lars aan de Universiteit van Maastricht gepromoveerd op een onderzoek naar suikerziekte in relatie tot training. Hij kon als docent aan de universiteit verbonden blijven, maar wilde verder kijken. Lars is terechtgekomen bij de Sporthogeschool van Fontys, om daar te helpen bij het opzetten van de Master of Sports, de eerste volledig nieuwe masteropleiding van Fontys. Een aanvraag voor een lectoraat bij de Sporthogeschool wordt door Lars geschreven en hij krijgt uiteindelijk de functie ook. Bijna een jaar is Lars nu lector. Hij vindt het leuk, want “onderzoek doen met een grote praktijkrelevantie ís leuk!”
Een lector is verantwoordelijk voor de verbetering van het wetenschappelijke gehalte van een opleiding. Een lector stuurt een team van docenten en promovendi aan in een zogenaamde kenniskring, die werkt aan de ontwikkeling van nieuwe kennis en de doorvertaling ervan naar de beroepspraktijk. Een lectoraat is ‘naar buiten gericht’. De lector stimuleert de uitwisseling van kennis en expertise tussen het werkveld en de opleiding. Daarnaast werkt de lector aan de onderbouwing van een opleiding: waartoe leiden we op? Een en ander komt ook tot uiting in het doen van toegepast onderzoek en betrokkenheid bij het onderwijs.
Centraal thema binnen het lectoraat van Lars zijn alle aspecten die te maken hebben met fysieke activiteiten en gezondheid. Hij richt zich daarbij op twee groepen: chronisch zieken, en docenten Lichamelijke Opvoeding. Alles draait om de vragen: wat moeten mensen aan lichaamsbeweging doen om beter te worden, en hoe krijg je mensen in beweging? De praktijk, het werkveld heeft behoefte aan een antwoord op die vragen. Lars zoekt naar antwoorden. “Hoe krijg je mensen zover, welke rol kunnen scholen spelen in het actiever worden van kinderen? En dan gaat het om veel meer dan sport alleen.”
“De Master of Sports die we opzetten is bedoeld voor mensen die al werkzaam zijn in de sport of het bewegingsonderwijs. Zij krijgen de kans zich in het vakgebied te verdiepen. De studie richt zich op het gezondheidsaspect en de educatieve kant van sport en beweging. Welk nut kan bewegingsonderwijs dienen voor sociale omgang, als middel voor integratie? Wat zijn de educatieve functies van sport en bewegen?”
Lars houdt van pionieren. In deze functie kan hij de inhoud van zijn werk grotendeels zelf bepalen. “Pionieren is aantrekkelijk, vormt een uitdaging. Maar daarom loop ik ook wel eens tegen dingen aan, ook omdat het fenomeen lector relatief nieuw is.” Voorbeeld hiervan is het ontbreken van een ethische commissie die zich bezighoudt met regelgeving omtrent onderzoek met proefpersonen. “Dat zijn het soort zaken die je dan ook moet oppakken als lector. Erg interessant om te doen, maar niet voor iedereen even zichtbaar of direct relevant. Je moet dan ook goed communiceren wat je allemaal doet en waarom!”
Binnen de bestaande opleiding speelt Lars een rol van betekenis bij de begeleiding van studenten en de ontwikkeling van een module ‘schriftelijk communiceren’. Het lectorschap omvat zeker ook praktische activiteiten om een kwaliteitsslag te bewerkstelligen.
Lars overlegt regelmatig met de lectoren van andere Mens en Maatschappij-opleidingen. Zij spreken over het doen van onderzoek, relevantie voor de praktijk en het maatschappelijk belang van hun werk. Omdat het heel divers is waar lectoren mee bezig zijn en onderzoekers vaak toch vrij eigengereid te werk gaan, is dat soort overleg goed. Wat zijn good practices binnen lectoraten? Nu worden nog voornamelijk bevindingen en informatie uitgewisseld, op den duur kan dit leiden tot gezamenlijke onderzoeksprogramma’s of de oprichting van onderzoeksscholen zoals aan universiteiten gebruikelijk is. Lars: “Er is genoeg te doen de komende jaren, maar de meerwaarde van de lectoraten binnen de hogescholen begint zich al steeds meer te tonen!”.