Leren Samenwerken

Startpagina
Introductie
Basisprincipes
Docentvaardigheden
Samenwerkingsstructuren
Reacties
Bibliografie en links

Docentvaardigheden

teacher.gif (5840 bytes)Allereerst dient een docent ervan overtuigd te zijn dat samenwerkend leren een meerwaarde heeft want een docent kan niet zo een, twee, drie aan de slag. Samenwerkend leren vraagt een investering in tijd en energie van een docent.

Ook vereist het een verandering in de rol van de docent en moet men soms wennen b.v. aan een hoger geluidsniveau, ander klassenmanagement, werken met ander materiaal, het verschil in tempo tussen de groepen, het geven van een duidelijke instructie, etc.

Algemene tips voor beginners:

  • Als eerste stap is het fijn om een aantal samenwerkingsstructuren te beheersen, dit vergt training en een gefaseerde aanpak. Begin met een structuur en breidt dit dan langzaam uit naar meerdere structuren. En iedere les even terugblikken op wat wel en niet zo goed gegaan is om daar weer van te leren.
     
  • De docenten zullen in de beginfase de teams, groepjes, vormen. Liefst groepjes van vier en met een heterogene samenstelling en de teams blijven bij elkaar gedurende 4 tot 6 weken. Dit betekent in sommige scholen/lokalen dat de tafels en stoelen verschoven dienen te worden maar dit is snel gebeurd. In het volgende videofragment (wat ongeveer 4 minuten duurt voordat u het op uw scherm krijgt) ziet u een klas de tafels en stoelen verschuiven binnen 1 minuut   Video-voorbeeld (4058 kB) (N.b. in sommige gevallen moet je een aanvullende codec downloaden).
     
  • Binnen een groep heeft ieder groepslid een nummer om de taken makkelijker te verdelen want men kan nu zeggen alle nummers 1 beginnen i.p.v. Jan, Connie, Wim, Katrien. etc., jullie moeten beginnen. In het algemeen is nummer 1 de persoon links voor, nummer 2 is de persoon links achter, nummer 3 is de persoon rechtsachter en nummer 4 de persoon rechtsvoor.
     
  • Terwijl de groepen aan het werk zijn, is de rol van de docent niet die van instructeur maar die van begeleider (observeren en raad geven) en dat vraagt ook een aanpassing. Bovendien zal de docent ervoor moeten zorgen dat de vraag uit de hele groep komt en niet van een groepslid.