Martijn van Lanen is sinds mei 2007 werkzaam als promovendus bij de Fontys Hogeschool Sociale Studies. Zijn promotieonderzoek richt zich op verschillen en overeenkomsten in de aanpak van sociale probleemgebieden in verschillende steden; en heeft als titel ‘Gluren bij de Buren’.
Martijn van Lanen heeft Humanistiek gestudeerd aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht en Religie & Levensbeschouwing aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Daarnaast was hij circa acht jaar werkzaam in de gehandicaptenzorg.
De sociale sector staat onder druk. Sociaal werkers lijken niet in staat om zichzelf en hun werk op een adequate en overtuigende wijze te verantwoorden, en vervallen hierbij te vaak in een retoriek van goede bedoelingen. De vraag dringt zich op of het sociaal werk daadwerkelijk een vak is, dat zich baseert op wetenschappelijk inzichten en een gedegen beroepsopleiding. Daarnaast, en daaraan verwant is er de vraag in hoeverre sociale interventies en methoden (internationaal) overdraagbaar zijn. Wat weegt zwaarder bij sociaal werk: de ‘hardheid’ van de methode, of de individuele diversiteit van de situatie?
In dit promotietraject wordt door middel van een aantal casestudies een vergelijking gemaakt tussen sociaal werkers in verschillende Europese steden. Daarbij wordt er gebruik gemaakt van observaties van sociaal werkers bij hun dagelijkse activiteiten. Het onderzoeksproject zoomt in op een aantal thema’s waar sociaal werkers mee te maken hebben, zoals overlast en huiselijk geweld, en richt zich op drie steden (Eindhoven in Nederland, Antwerpen in België, en Keulen in Duitsland). De belangrijkste empirische vraag hierbij is:
Wat doen sociaal werkers, als ze sociaal werk doen?
Alleen door uitgebreid en op systematische wijze de activiteiten van sociaal werkers in kaart te brengen kan de vraag beantwoord worden of sociaal werk inderdaad een ‘vak’ is; en de vraag naar de mogelijkheid tot import en export van methoden en interventies. Het daadwerkelijke gedrag van sociaal werkers is hierbij dus de ingang, omdat dit gedrag de articulatie is van de achterliggende opvattingen en cultureel bepaalde aannames en ideeën.
Onderwijs
Martijn van Lanen is de module-eindverantwoordelijke (MEV) van de module Praktijkgericht Onderzoek (4e jaar SPH). Daarnaast begeleidt hij diverse afstudeergroepen bij hun onderzoek.
English
Martijn van Lanen is a Ph.D. student at the institute of Social Studies of the Fontys University of Applied Sciences.
Martijn van Lanen has a bachelor’s degree in humanist studies and a master’s degree in religious studies. Alongside with his studies, he worked as a social worker in a residential group of clients with various handicaps such as Down-Syndrome and autism.
Research synopsis
Contemporary social work is subjected to ongoing questions about its effectiveness and accountability. Social workers seem unable to defend and account for themselves and their work. In other words social work seems to be the dog that does not bark. Social workers, when accounting for their work, often seem to rely primarily on rhetoric of good intentions and are thus unable to effectively asses the underlying principles of their work.
This study investigates these underlying principles by means of an international comparison of social work and social workers in various European cities. In doing so, its explicit intention is to use description of the actual day-to-day activities of social workers in different cities to identify their professionalism. The research project interweaves various contemporary challenges of social workers (such as anti-social behaviour and domestic violence) across three cities (Eindhoven in the Netherlands, Antwerp in Belgium, and Cologne in Germany). The most important empirical question hereby is ‘what is it that social workers do, when they do social work, and, what are the relevant differences and similarities herein between countries? The actual day-to-day behaviour of social workers will therefore be the primary focus of this research.