De hulpverlener krijgt in toenemende mate een meer vraaggestuurd karakter. Uitgangspunt daarbij is een grote mate van eigen beslissingsrecht en eigen verantwoordelijkheid van de cliënt. Daarbij stuiten hulpverlener en cliënt op grenzen en beperkingen. De hulpverlener moet daarvoor op maat gesneden werkwijzen en programma’s’ bedenken en uit voeren. Dit vraagt de nodige creativiteit en flexibiliteit (Creatieve professional 1999).
HBO niveau vraagt van studenten om zich bewust te worden van:
het feit, dat de hulpverlener eclectisch moet werken, dat wil zeggen dat de hulpverlener een telkens andere methodische aanpak samenstelt, waarvan de bestanddelen eventueel uit verschillende methoden kunnen stammen, de hulpverlener streeft daarmee als het ware de methoden voorbij (Ad Snellen, 1997)
de invloed van het klakkeloos toepassen van methodieken, nieuwe ontwikkelingen, inzichten en visies op de cliënt en zijn/haar hulpvraag
Binnen het kenniskringproject ‘digitale methodotheek’ wordt er samen met vierdejaarsstudenten onderzoek gedaan naar:
Hoe het proces van een hulpverlener eruit ziet om te komen tot een methodiekkeuze
Of dit keuzeproces een relatie heeft met de achterliggende visie van de hulpverlener op hulpverlening en/of met de visie/beleid van de organisatie waar de hulpverlener werkt
Of informatietechnologie in deze methodiekkeuze een rol in spelen?
De probleemstelling beperkt zich tot het werkveld mensen met een handicap.
Dit kenniskringproject is succesvol afgesloten. De resultaten zijn na te lezen in een verslag en een artikel dat in TH&MA 2003(5) zal gepubliceerd worden.