Ga naar de startpagina van Fontys Hogescholen
Lectoraat Corporate Governance
 
Corporate Governance

 

Kijk ook op de website van Fontys Hogeschool Financieel Management.

 

In Nederland staat het onderwerp corporate governance volop in de belangstelling. Corporate governance kan worden vertaald met de Nederlandse term goed ondernemingsbestuur. Bij goede corporate governance (behoorlijk ondernemingsbestuur) gaat het in essentie om een efficiënt toezicht op het bestuur van ondernemingen (de “checks”) en om een evenwichtige verdeling van invloed tussen het bestuur, de raad van commissarissen en de algemene vergadering van aandeelhouders (de “balances”).

 

Het Nederlandse systeem van corporate governance is gebaseerd op het Rijnlandse model waarin alle stakeholders betrokken zijn bij de onderneming. Het richtsnoer voor het handelen van het bestuur en de raad van commissarissen is het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. De onderneming wordt daarbij gezien als een lange termijn samenwerkingsverband waarbij aandeelhouders niet de enige relevante partij zijn. Ook andere belanghebbenden, zoals werknemers, dienen in dat samenwerkingsverband een rol te krijgen en hun belang vertegenwoordigd te zien. Er hoort bovendien een zekere duurzaamheidambitie aanwezig te zijn (maatschappelijk verantwoord ondernemen). Daarbij streeft de vennootschap naar het creëren van aandeelhouderswaarde op de lange termijn. Tegelijkertijd dient het Nederlandse stelsel op het terrein van het ondernemingsrecht en corporate governance in internationaal verband aantrekkelijk te blijven of zelfs aantrekkelijker te worden.

 

Tenslotte is ook het element van ethiek van belang om het begrip “behoorlijk” nader in te vullen. Wat is de “license to operate” en hoe wordt hierover verantwoording afgelegd aan de maatschappij? Deze elementen - samenwerking, duurzaamheid, stakeholders/belanghebbenden, toezicht en het afleggen van verantwoording - staan in de visie op corporate governance centraal.  

 

Door de complexer wordende samenleving en toenemende internationale concurrentie veranderen de eisen aan de interne en externe verslaggeving in snel tempo. Dat heeft eveneens zijn neerslag op de interne organisatie en bijbehorende operationele en sturende processen.

Daarnaast en samenhangend verandert de regelgeving op allerlei gebieden eveneens in rap tempo. Dat geldt voor zowel de externe verslaggeving (denk aan IFRS: International Financial Reporting Standards) als voor de wijze van financiële en maatschappelijke verantwoording. Voor het gevoerde beleid moeten de onderneming en de accountant daarop inspelen. De accountant en de controller (de beroepsbeoefenaar en dus het “werkveld” van de kenniskring) moeten zich aanpassen aan deze veranderingen, maar in welke richting en op welke manier?